Teelten en culturen - niveau 3/4

 

1. Opdracht: De waarde van culturen vergeleken

Het ene gewas levert veel meer inkomsten per hectare op dan het andere. De productiewaarde van de boomkwekerij is berekend door het onderzoeksinstituut LEI en uitgedrukt in SO's. Een SO (Standard Output) is een economische vastgestelde waarde. Tot 2010 werd er nog gerekend in NGE's. Er is een duidelijk verschil in uitgangspunt tussen de oude en de nieuwe norm: de NGE is gerelateerd aan het (bruto) saldo en de SO aan de omzet van een bedrijf.

 

Productgroep

NGE-waarde per ha (per 2010)

Snijbloemen: Rozen

258,10

Snijbloemen: Chrysant

125,00

Potplanten: Ficus

214,44

Potplanten: Anthurium

262,32

Perkplanten

152,82

Glasgroente: Komkommer

139,44

Glasgroente: Aubergine

171,83

 

Bekijk de bovenstaande tabel.

Als je een kleine oppervlakte hebt op je bedrijf, wat is dan het meest lucratief om te telen?

 

Zoek op de website van het LEI de rekenmodule op.

Geef in je eigen woorden aan wat SO en NGE betekent.
Bereken voor je stagebedrijf of het bedrijf waar je werkt het aantal NGE.

 

 

 

2. Opdracht: Het gebruik van kassen

In de glastuinbouw maken de tuinders gebruik van een beschermde teeltomgeving.


Lees de volgende pagina in het dossier Kassenbouw op de website van AgriHolland.

kas bergerden

Waarom kiezen potplantentelers vooral voor het type breedkapper?
Welk voordeel heeft het telen van gewassen in kassen t.o.v. de buitenlucht?
Een stukje theorie: Welke 7 productiefactoren zijn er ook al weer belangrijk voor de groei van een plant? (Meer informatie in het dossier kassenbouw).

 

Lees nu de pagina uit het dossier over de toekomst van de kassenbouw.

Welke van de genoemde innovatieve kassen heeft jouw voorkeur? Vermeld ook waarom.
Wat is volgens onderzoekers de beste vorm van een kas?

3. Opdracht: Ontwikkelingen in de sectoren

Je gaat nu één sector in de glastuinbouw wat diepgaander bekijken. Je mag kiezen welke sector je het meest interessant vindt. Bekijk in onderstaand overzicht van die sector de volgende artikelen. Lees deze door en beantwoord dan de volgende vragen.

 

 

Als je meer informatie over de gekozen sector kan vinden, dan mag je deze informatie ook gebruiken.

 

Wat zijn belangrijke afzetmarkten voor de sector die je hebt gekozen?
Welke milieuproblemen spelen in die sector?
Welke zaken denken onderzoekers te kunnen verbeteren in deze teelten?
Welke ontwikkelingen binnen de sector vind je op je stagebedrijf terug? Welke ontwikkelingen zouden nog kunnen worden opgepakt door jouw stagebedrijf en hoe zouden deze kunnen worden doorgevoerd?

4. Opdracht: Verschillen tussen de verschillende teelten

Bekijk de volgende 3 foto’s.

 

 

Ga na wat de grote verschillen zijn tussen de teelten in:

 

Maak een overzichtelijke tabel waarin je de verschillen kunt weergeven. Neem in de tabel ook ruimte op voor opmerkingen, zodat je je mening kunt geven over de voor- of nadelen van de teelten.
Zet op je antwoordvel je mening over de voor- of nadelen van de teelten tegenover elkaar.

 

Als je de opdracht moeilijk vindt kun je enkele tips vinden op de volgende websites:

5. Opdracht: Handelingen per gewas

Welke handelingen je als medewerker moet verrichten verschilt sterk per teelt. Bij een glasgroenteteler zul je bijvoorbeeld vaak bezig zijn met het indraaien van het gewas, terwijl je op een potplantenbedrijf wel eens zal moeten oppotten.

 

Klik hier voor de tabel uit de padregistratie van een tomatenteeltbedrijf (Bron tabel: Priva). Voor 4 weken is de tijd voor een aantal handelingen berekend.

 

Welke handelingen worden bedoeld met 'zakken' of 'blad breken'?
Aan welke handelingen wordt de meeste tijd besteed in deze 4 weken en hoeveel uur is er aan besteed?
Welke handelingen hebben het meest gekost in geld?
Kost het zakken per plant meer of minder tijd dan het blad breken?
Als jij zou moeten bezuinigen op dit tomatenteeltbedrijf, naar welke werkzaamheden zou je dan gaan kijken? Geef je argumenten.

6. Opdracht: Welk bedrijf past bij jou?

Er zijn vele soorten glastuinbouw. De één teelt komkommers, de ander anthurium's en een derde gerbera's. De één heeft een breed assortiment, de ander teelt maar 1 soort. De één koopt de nieuwste machines, de ander doet veel met de hand. De één levert aan het buitenland, de volgende vooral aan de veiling en een derde juist aan tuincentra. Het ene bedrijf produceert zo veel mogelijk, het andere alleen de beste kwaliteit met veel handwerk of zelfs biologisch. Zo kan elk bedrijf succesvol zijn met zijn eigen specialisatie. Je gaat een vergelijking maken tussen bedrijven.

 

Kies uit de volgende verzamelsite van glastuinbouwbedrijven 3 min of meer sterk van elkaar verschillende bedrijven en beoordeel elk bedrijf op de eigenschappen uit de tabel die je onderstaand ziet.

Geef een score voor de factoren omvang bedrijf, breedte assortiment, arbeidsintensief, sterk gemechaniseerd, kennisintensief en export waarbij 1 = veel/groot, 2 = middelmatig, 3 = weinig/klein.

Je mag onderaan de tabel zelf nog factoren toevoegen als je wilt.

naam bedrijf      
soort teelt      
omvang bedrijf      
breedte assortiment      
arbeidsintensief      
sterk gemechaniseerd      
kennisintensief      
export      

 

 

Welk soort bedrijf past bij jou? Waar kun je het beste gaan werken? Daarbij kun je rekening houden met jouw voorkeuren. Houd je van zware arbeid, precieze handelingen zoals stekken, wil je werken met nieuwe apparatuur en machines, vind je het leuk om zelf te vermeerderen, houd je van veel contacten met klanten, vindt je buitenlandse handel interessant? En zo zijn er nog veel meer redenen.

 

Geef op basis van je bevindingen aan welk soort bedrijf jouw voorkeur heeft en geef hiervoor je redenen.
In welke regio in Nederland vind je de meeste bedrijven van jouw voorkeur?
Zoek op internet 5 bedrijven die overeenkomen met jouw voorkeur en noteer hun naam en website.

7. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg teelten en culturen in de glastuinbouwsector? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

8. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................