WebQuiz Glastuinbouw - Substraten, bodem en bemesting (niveau 3/4) - Test je kennis

 

Weet je voldoende van substraten en bemesting in de glastuinbouw? Er is hierover heel veel informatie op internet.

Beantwoord onderstaande vragen en test je kennis.

 

 

 

1. Herkenning dat een plant gebrek heeft aan bepaalde voedingsstoffen is moeilijk omdat een gebreksziekte ook kan worden veroorzaakt door:

  1. kasklimaat
  2. temperatuur
  3. pH in het wortelmilieu
  4. virussen
  5. schimmels
  6. luchtverontreiniging
  2, 3, 4, 6 zijn juist
  2, 3, en 6 zijn juist.
  1, 2, 3, 4, 5, 6 zijn juist

 

2. In welke twee groepen worden voedingsstoffen bij planten ingedeeld

  NPK-meststoffen en Macro-elementen
  Hoofdelementen en Spoorelementen
  Bouwstenen en Micro elementen

 

3. Wat betekent het wanneer een bodem basisch wordt genoemd?

  De pH-waarde van de bodem is hoger dan 7
  De pH-waarde van de bodem is lager dan 7
  De pH-waarde van de bodem is gelijk aan 7

 

4. Wat zijn de voordelen van fertigatie?

  De gebruikte meststoffen voor fertigatie zijn goedkoper dan gewone meststoffen
  Met fertigatie kun je per plant bekijken hoeveel mest deze nodig heeft
  Je kunt de hoeveelheid kunstmest nauwkeuriger doseren

 

5. Wat is een bijzondere eigenschap van veen in potgrond?

  Veen heeft een zeer fijne structuur waardoor planten ook in samengeperst veen makkelijk kunnen wortelen
  Veen kan naast lucht ook veel water vasthouden
  Veen bezit van nature zeer veel voedingsstoffen voor de plant

 

6. Wat wordt bedoeld met een gesloten teeltsysteem?

  Een teelt waarbij water en voedingsstoffen worden hergebruikt.
  Een teelt in bakken die geen water doorlaten.
  Een teelt op kunstmatig substraat, zoals steenwol en veen.

 

7. Wat is de zuurgraad van leidingwater ongeveer?

  De pH-waarde van leidingwater ligt tussen 8,5 en 9,5.
  De pH-waarde van leidingwater ligt tussen 7,0 en 8,5.
  De pH-waarde van leidingwater ligt tussen 5,5 en 6,5.

 

8. Wat houdt het Activiteitenbesluit in?

  In het Activiteitenbesluit is vastgelegd wanneer tuinders meststoffen en bestrijdingsmiddelen mogen inzetten tijdens de teelt.
  In het Activiteitenbesluit is vastgelegd welke meststoffen en bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden in de tuinbouw.
  In het Activiteitenbesluit is vastgelegd hoeveel meststoffen, bestrijdingsmiddelen en energie tuinders mogen gebruiken.

 

9. De samenstelling van de bemesting heeft relatie tot stevigheid en lengte van de plant. Welke uitspraak is juist?

1. Voedingsstoffen als K, Ca, Mg, Cl en SO4 verstevigen het celweefsel en zorgen voor een harder gewas.
2. NO3 en NH4 stimuleren juist de groei en gewasontwikkeling en zorgen dus voor een groter langer gewas.

  Uitspraak 1 is onjuist, 2 is juist.
  Beide uitspraken zijn juist.
  Uitspraak 1 is juist, 2 is onjuist.

 

10. Spoorelementen zijn voedingsstoffen in de grond die de plant in kleine hoeveelheden nodig heeft, en die onmisbaar zijn voor de groei. Wat zijn enkele belangrijke spoorelementen voor planten?

  Zuurstof, koolstof en stikstof.
  IJzer, mangaan en zink.
  Fosfaat, stikstof en kalium.

 

11. Wat is een Dosatron?

  Een Dosatron injecteert meststoffen in het water tijdens de watergift.
  Een Dosatron injecteert bestrijdingsmiddelen in het water tijdens de watergift.
  Een Dosatron is een elektrische pomp die een geconcentreerde hoeveelheid meststoffen toevoegd aan gietwater

 

12. In de pot- en perkplantenteelt is het soms nodig om de groei van de planten te remmen, zodat de planten niet te ver doorschieten of te weelderig worden. Dat kan onder andere doormiddel van een aangepaste bemestingsstrategie. Bij een laag gehalte aan welke van de volgende meststoffen kan men de groei remmen?

  Laag stikstofgehalte
  Laag fosfaatgehalte
  Laag kaliumgehalte

 

13. Sierplanten vragen een meststof met veel fosfor en kalium. Wat is een functie van kalium (kali)?

  Kalium bevordert de stevigheid van de plant
  Kalium zorgt voor een snelle groei van de plant.
  Kalium bevordert vooral de ontwikkeling van de wortels.

 

14. Sommige voedingselementen worden moeilijk opgenomen in een plant. In zo'n geval wordt er een Chelaat gebruikt. Wat doet een Chelaat?

  Een Chelaat is een organische verbinding die makkelijk opneembaar is voor de plant. Een Chelaat bindt moeilijke opneembare meststoffen aan zich vast.
  Een Chelaat is een stof die ervoor zorgt dat de openingen in de wortelwand groter worden, waardoor ook moeilijker opneembare stoffen in de plant worden opgenomen.
  Een Chelaat is een stof die moeilijk opneembare stoffen uit elkaar haalt waardoor deze in de plant kunnen komen. Binnenin de plant worden deze delen weer in elkaar gezet.

 

15. Wat is een nadeel van vloeibare meststoffen?

  Ze kunnen niet bij fertigatie worden gebruikt omdat ze niet in water oplosbaar zijn.
  Ze zijn minder nauwkeurig te doseren.
  Ze zijn duurder.