Substraten, bodem en bemesting - niveau 3/4

 

1. Opdracht: Maak een Bemestingsplan

Wil een plant groeien, dan zijn er voedingsstoffen nodig. Van nature kan een plant beschikken over voedingsstoffen die in de bodem aanwezig zijn, maar of de verhouding van de voedingsstoffen goed is, is dan nog maar de vraag. Tegenwoordig is het voor een glastuinbouwondernemer niet meer zo eenvoudig om meststoffen te gebruiken; er moet een boekhouding worden bijgehouden en ook spelen economische aspecten een steeds grotere rol. Daarnaast worden veel gewassen niet meer in de volle grond maar op substraten geteeld.

 

Het is aan jou de taak om een bemestingsplan op te stellen voor een bedrijf. Je zult rekening moeten houden met de toestand van de bodem / substraat en wat het gewas vraagt. Ook de inzet van meststoffen is van belang. Moet het compost zijn of moet er kunstmest worden gebruikt, doe je dat in vloeibare of vaste vorm en snel- of langzaamwerkend?

Maak voor het vinden van informatie voor je plan zoveel mogelijk gebruik van internet. Je plan moet op papier komen te staan, waarbij je tevens de gemaakte keuzes motiveert. Hieronder vind je de stappen die je kunt volgen om dit plan in elkaar te zetten.
 
  • Bepaal de uitgangssituatie; ga zoveel mogelijk uit van de situatie op je leerbedrijf. Verdiep je in de gebreksverschijnselen die bij de gekozen gewassen op kunnen treden en maak hier een overzicht van.
  • Bestudeer de gewassen en stel de benodigde acties in grote lijnen op. Bepaal hoeveel en welke meststoffen er nodig zijn voor de teelt van de gewassen. Geef duidelijk aan waarom je juist voor deze meststoffen kiest.
  • Maak uiteindelijk een plan wanneer je welke meststoffen gaat gebruiken en in welke hoeveelheid. Ook geef je aan hoe je de meststoffen gaat toedienen en hoeveel tijd dit kost; denk bijvoorbeeld aan druppelaars, evt eb- en vloedsysteem, bovenlangs watergeven, CO2-bemesting via de ketel, etc. Houd rekening met dilemma’s als milieu t.o.v. productie en kwaliteit t.o.v. kwantiteit.

 

Enkele interessante sites over bemestingsplannen:

Je kunt natuurlijk ook zelf zoeken naar nog andere interessante sites.

2. Opdracht: Activiteitenbesluit milieubeheer en bemesting

Meststoffen bij substraat en bij grondteelten onder glas moeten voldoen aan emissienormen. In 2027 zouden de tuinders nagenoeg zonder emissie van meststoffen moeten telen. Dit is besloten in het Besluit Glastuinbouw. Per 1 januari 2013 is het Besluit Glastuinbouw vervallen en moet de glastuinbouw voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

Bekijk de website van Infomil over het Activiteitenbesluit milieubeheer en de glastuinbouw.

Onderaan staat een lijst met typisch agrarische activiteiten in de glastuinbouw. Welke activiteiten in deze lijst hebben te maken met het substraat?
Bekijk het onderwerp 'Lozingsvoorschriften - substraatteelt'. Dit gaat vooral over drainwater. Wanneer mag je drainwater lozen in de sloot?
Bekijk de Bodem- en veiligheidsvoorschriften bij Opslaan van vloeibare kunstmest in verpakking. Hoe moet je verpakte vloeibare kunstmeststoffen bewaren op je bedrijf?

3. Opdracht: Functie van meststoffen

Door de grond te bemesten zorgt de teler ervoor dat de plant voldoende bouwstoffen kan opnemen om zich gezond te kunnen ontwikkelen. In de mest die door telers wordt gegeven zit alleen maar een aanvulling op de benodigde bouwstoffen die een plant nodig heeft.

 

Klik op de volgende link en beantwoord onderstaande vragen: De Tuingids.

Meststoffen bestaan vaak uit een combinatie van voedingselementen. In welke 2 groepen worden voedingselementen ingedeeld? Noem er van elk 3.
Kijk op de website van Yara. Schrijf op wat de functie is van de meest gebruikte meststoffen.
In de Databank Meststoffen Nederland staan gegevens van de meeste meststoffen die in Nederland worden verhandeld.
 
  • Stel, je bent als glasgroenteteler op zoek naar een meststof waarin minimaal 15% stikstof zit en 4-5% magnesium is toegevoegd. Zoek in de database een geschikte meststof voor het gebruik in de glasgroenteteelt.
  • Zoek nu ook een meststof op waarmee je de pH van de bodem kunt verhogen.
Wanneer spreek je van kunstmest en wanneer van organische mest? Zoek je antwoorden op met behulp van Wikipedia.
Ga naar een potplantenbedrijf in je regio.
 
  • Ga na welke soorten potgrond er op het bedrijf gebruikt worden.
  • Bekijk waar de verschillende soorten potgrond voor worden gebruikt.
  • Schrijf de specifieke eigenschappen van de soort grond op.
  • Bekijk of er speciale stoffen of materialen zijn toegevoegd aan de grond.

4. Opdracht: Soorten substraat

In de tuinbouw worden veel verschillende teelt- en watergeefsystemen gehanteerd waarin verschillende substraten gebruikt worden (zie onderstaande tabel). Het optimaal functioneren van gewassen in een gekozen systeem wordt voor een belangrijk deel bepaald door het goed kunnen groeien en functioneren van het wortelstelsel.

 

 

(tabel overgenomen uit: Consultancy Verkennende studie wortelfunctie- Productschap Tuinbouw, 2008)

 

Beschrijf de belangrijkste eigenschappen van de substraten die in de tabel worden genoemd. Zoek hiervoor op internet of bekijk vakbladen.

 

Lees hoofdstuk 2.1 en 2.2 van het rapport Consultancy Verkennende studie wortelfunctie, gepubliceerd door het Productschap Tuinbouw in 2008.

Welk soort gewassen zijn erg gevoelig voor watergebrek?
Wat zie je aan de wortel van een plant die niet onder de optimale temperatuur is opgekweekt?
Geef in je eigen woorden in ongeveer 20 zinnen aan waarom de bodem of het substraat zo belangrijk is voor de teelt.

5. Opdracht: Gebreksziekten en EC

Verklaar waarom een goede verhouding van de hoofdbestanddelen voor een goede plantontwikkeling belangrijk is.
Wat gebeurt er als er te veel of te weinig van het een en ander aanwezig is?

 

Bekijk de Methode voor het bepalen van een voedingsgebrek die meststoffenproducent Haifa maakte. Hiermee kun je bepaalde gebreksziektes aan het uiterlijk van een plant herkennen.

 

Aan welke gebreksziekte denk je bij dit blad? Het is een ouder, volwassen blad.

 

Lees hoofdstuk 2.3 Invloed van chemische factoren op wortelgroei uit het rapport Consultancy Verkennende studie wortelfunctie, gepubliceerd door het Productschap Tuinbouw in 2008.

 

Bij een lage pH in de bodem kunnen sommige oxides zoals aluminium en mangaan in te hoge concentraties voorkomen en zelfs tot vergiftiging van de plant leiden. Leg uit hoe dit komt.

 

Wat meet je met de elektrische geleidbaarheid (EC)?

 

Gewassen met dunne bladeren zoals sla zijn erg gevoelig voor vochtgebrek. Bij te weinig water of een te hoge zoutconcentratie in het substraat kan droogrand optreden, waarbij de randen van de bladeren verdrogen. Bij teveel water of te weinig luchten kan glazigheid optreden.

 

Lees de tips over watergeven bij de kasslateelt van Rijk Zwaan. Welke tips hebben te maken met de samenhang tussen vocht en substraat?

6. Opdracht: Toediening meststoffen

De meststoffen worden meestal toegediend via het water. Omdat sommige meststoffen reacties met elkaar kunnen aangaan en dan niet oplosbare producten geven, wordt er gebruikgemaakt van een zogenaamde A-bak en een B-bak.

 

Vloeibare meststoffen zijn wat duurder dan vaste meststoffen. Toch kiezen veel nieuwe grootschalige bedrijven voor volledig vloeibaar. Door schaalvergroting bij bedrijven zijn de benodigde hoeveelheden meststoffen per bedrijf steeds groter. Op kleine bedrijven zijn meststofbakken van duizend of tweeduizend liter groot genoeg. Op grootschalige bedrijven gaat het nu om bakken van tien kuub, die een paar keer per week klaargemaakt moeten worden. De bemesting luistert heel nauw om een hoge productie en kwaliteit te halen. Om wortelverbranding te voorkomen, is het heel belangrijk om de juiste bemesting in de juiste verhoudingen te gebruiken.

 

Vloeibare meststoffen hebben nadelen: ze zijn duurder en moeten zorgvuldig en veilig worden gemengd. Waarom gebruiken veel glastuinders vloeibare meststoffen?

Kijk bijvoorbeeld op:

 

Klik op het plaatje rechts. In deze opdracht zie je een voorbeeld van een gesloten teelt. Alleen is de weg die het water en de meststoffen afleggen verkeerd weergegeven. Zet alles in de juiste volgorde.

 

Neem het juiste antwoord over in je antwoordenformulier.

 

Veelgebruikte meststoffen in de tuinbouw zijn salpeterzuur, fosforzuur, zwavelzuur, kaliloog, natriumhypochloriet, bitterzout en zwavel. Dit zijn vrij agressieve zuren en basen, die in onverdunde vorm ernstig letsel kunnen veroorzaken.

 

Lees het informatieblad 'Veilig omgaan met vloeibare meststoffen'. Wat kun je doen om jezelf te beschermen tegen het spatten en inademen van de giftige gassen en dampen die vrijkomen bij het werken met deze middelen?

 

Waarom is het bij fertigatie noodzakelijk dat de meststoffen wateroplosbaar zijn?

 

 

7. Opdracht: De Dosatron

Een Dosatron is een apparaat dat telers kunnen gebruiken in bijvoorbeeld de stekkas.

 

Zoek op wat een Dosatron is.

 

Ga naar een glastuinbouwbedrijf waar gewerkt wordt met een Dosatron. Probeer uit te vinden hoe dit apparaat precies werkt en noem enkele voordelen en/of nadelen van de Dosatron.

 

Extra informatie is ook te vinden op de websites van:

8. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg van de substraten en bemesting in de glastuinbouwsector? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

9. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................