Licht in de kas - niveau 3/4

Lees het volgende artikel.

 

Licht in de kas

Eén procent meer licht geeft één procent meer opbrengst. Deze stelling wordt door veel tuinders en adviseurs aangehouden. In de kassenbouw kan men zorgen voor meer licht in een kas. Dit kan door bijvoorbeeld het raamoppervlak te vergroten of sterkere materialen te gebruiken. Daardoor kunnen liggers dunner worden gemaakt.

 

Er zijn tuinders die overstappen op het gebruik van diffuus licht. Ook is er een de laatste jaren een groei te zien in het gebruik van LED-licht. De gewassen worden belicht om een betere kwaliteit producten op het juiste tijdstip te kunnen leveren. Voor steeds meer gewassen wordt het aantrekkelijk om te gaan belichten. Bovendien wordt de gehanteerde verlichtingssterkte in de kas ook steeds hoger.

 

Bron: Dossier Kassenbouw - AgriHolland.

 

Start nu met de opdrachten. Vul de antwoorden op de vragen in op het Antwoordvel.

 

 

 

1. Opdracht: Wat is licht?

 

De zon zendt straling uit die zich voortplant als een golf. Licht is het gedeelte van deze straling dat voor mensen zichtbaar is. Dit golflengtegebied van zichtbaar licht loopt grofweg van 400 tot 750 nm.

 

Lees de pagina over licht op de website Kasklimaat.nl. Op deze pagina staat de informatie om de onderstaande opdrachten te maken.

 

Zoek op via het internet. Waarvoor staat de afkorting nm bij licht?
Hoe wordt het licht dat mensen kunnen zien ook wel genoemd?

 

Maak nu de volgende puzzel. Klik op de afbeelding om de puzzel te starten.

Neem de goede antwoorden van de puzzel over op je Antwoordvel.
Welke kleur (golflengte) licht wordt niet gebruikt door planten? Probeer een verklaring te vinden.
De plant heeft ook licht nodig dat wij niet kunnen zien. Welke soorten licht valt buiten het lichtspectrum dat mensen kunnen zien?

 

2. Opdracht: Groeilicht

In de eerste opdracht heb je kunnen leren dat het licht dat mensen kunnen zien ook wel kijklicht wordt genoemd. Naast kijklicht bestaat er ook groeilicht.

 

Kijk nogmaals naar de pagina over licht op de website Kasklimaat.nl.

Leg in je eigen woorden uit wat men bedoeld met de term groeilicht.
Leg in je eigen woorden uit wat men bedoeld met de term PAR-licht. Zoek eventueel het antwoord op internet.

 

Een plant heeft licht nodig voor de fotosynthese (zie ook de webquest Biologie in de Glastuinbouw). In het lichtspectrum draagt het rode licht het meeste bij aan de fotosynthese.

 

Lees de tekst over de Invloed van golflengtes. Maak daarna onderstaande opdrachten.

 

Welke golflengtes licht hebben invloed op de fotosynthese?
Wat wil het proces fotomorfogenese zeggen? Vertel dit in je eigen woorden.
Welke kleur licht is belangrijk voor de vorming van chlorofyl?
Wat gebeurt er met planten die alleen maar blauw licht krijgen? En met planten die alleen maar rood licht krijgen?

 

 

 

 

3. Opdracht: Licht in Nederland

 

Hieronder zie je een grafiek van de sterkte en de toename van het daglicht in vier gebieden in Nederland. De vier plekken met de zwarte stip ervoor worden in de grafiek weergegeven. Onder de x-as staan de weeknummers.

 

 

Klik op de luchtfoto hieronder en kom in Google Maps. Er zijn merktekens gezet bij een aantal glastuinbouwgebieden. Doe nu het volgende:

 

luchtfoto
  • Klik op een merkteken.
  • Schuif met je muis het schuifje met + en min erbij iets naar boven (+). Je gaat nu inzoomen naar een glastuinbouwgebied.
  • Met de pijltjes kun je naar links en rechts op de kaart. Bekijk de grootte van de glastuinbouwbedrijven.
  • Ga naar een andere plaats door het schuifje weer naar onder (-) te schuiven. Klik met je muis op een ander merkten.
  • Nu weer inzoomen door het schuifje iets naar boven (+) te schuiven.
  • Bekijk de gebieden.
  • Beantwoord dan de volgende vragen.
Wordt in bovenstaande grafiek het algemene licht of het groeilicht gemeten. Motiveer je antwoord.
Waar in Nederland neemt de lichtsterkte het meest en het minste toe? Gebruik termen als Noord en Zuid.
Kan de eenheid licht gebruikt worden voor plantengroei? Vertel waarom dat wel / niet kan.

 

In Nederland is het niet iedere dag het zelfde weer. In de 4 seizoenen zitten verschillen maar de dagen onderling zijn ook verschillend. Niet iedere dag groeit het gewas even goed met het natuurlijke licht. De tuinder is dus steeds meer afhankelijk van kunstlicht. Je mag er vanuit aan dat de meeste planten onder de 100 -150 W/m2 niet meer groeien.

 

Bekijk de onderstaande grafiek. Dit zijn stralingsgegevens uit een aantal gebieden van Nederland. In de grafiek staan alleen de plekken met de zwarte bolletjes ervoor in de grafiek.

 

 

Op welke dagen zullen planten wel / niet groeien?
Leg uit, Is dit voor alle plekken in Nederland gelijk?
Op welke plekken in Nederland moet je als eerst gaan belichten. Moet er in heel Nederland tegelijk belicht worden?
Waar in Nederland heb je, volgens de gemiddelde gegevens die bij de grafiek worden vermeld, het meeste licht?
Waar in Nederland heb je het minste licht?
Kan dit invloed hebben voor een tuinder als hij een nieuw bedrijf wil bouwen?
Verwacht je deze hoeveelheden licht in mei en juni ook? Verklaar je antwoord.

 

 

 

 

4. Opdracht: Groeien planten met kunstmatig licht?

 

Je hebt inmiddels gemerkt dat we in Nederland erg afhankelijk zijn van de jaargetijden als we planten gaan telen. Wanneer we in de winter een heldere dag hebben is er veel licht, vooral na januari. We hebben dan veel blauw licht en weinig PAR-licht. De lichtkleuren die een plant nodig heeft om goed te kunnen groeien. Een tuinder die in de lichtarme maanden planten teelt moet dus wel iets met licht doen.


Hoeveel licht, welke kleur en met welke is natuurlijk afhankelijk van de planten, wat de tuinder ermee wil en van de visie van de tuinder. Lees ter voorbereiding van de volgende opdrachten het dossier over LED verlichting in de tuinbouw .

 

Je gaat uitzoeken welk licht wanneer voor welke plant geschikt is.

 
  • Kies zelf een gewas waar je al veel van weet. Je mag ook kiezen voor het gewas dat bij je stagebieder wordt geteeld.
  • Ga met behulp van het internet uitzoeken waar het door jou gekozen gewas van oorsprong vandaan komt.
  • Zoek ook uit op welke plek jouw plant groeit. Zon / schaduw e.d.
  • Bekijk de klimaatgegevens van het land waar je gewas van oorsprong vandaan komt. Klik zelf even door.
  • Schrijf je opdracht uit in een kort verslag waarin bovengenoemde punten zijn verwerkt.

 

Je hebt nu uitgezocht op welke plek jouw plant in de wereld goed groeit. Nu is het handig dit klimaat in een Nederlandse kas na te 'maken'. Vaak kun je het klimaat zelfs nog beter maken dan de plant in zijn oorspronkelijke omgeving heeft.


Bekijk de volgende grafiek.

 

 

De gegevens zijn met sensoren in een (Gerbera)kas gemeten. Al deze gegevens zijn van belang voor de plantengroei. De gegevens beginnen op zondag 25 maart 2012 om 15.00 uur en eindigen op dinsdag 27 maart 2012. Voor de opdracht kijk je naar maandag 26 maart 2012.

 

Beantwoord de volgende vragen.

 
  • Hoe laat komt de zon op in de grafiek.
  • Hoe hoog is de RV in de nacht?
  • Op welk moment, tijd, veranderd de RV.
  • Op welke manier verandert de RV wat gebeurt er en hoe lang duurt dat.
  • Hoe komt het volgens jou dat de RV op deze manier veranderd.
  • Wat gebeurt er met de kastemperatuur als de zon opkomt.
  • Wat gebeurt er met het CO2 gehalte om 8.00 uur.
  • Verklaar waarom het CO2 gehalte opeens om 8.00 uur verandert.
  • Het CO2 gehalte zakt om 11.00 uur opeens sterk. Verklaar hoe dat komt.
  • Tussen 15.00 uur en 15.30 uur zakt het CO2 gehalte weer sterk. Verklaar hoe dat komt.
  • Wanneer begint de kastemperatuur te stijgen? Verklaar hoe dit volgens jou komt.
  • Op welk moment gaan de luchtramen open? Verklaar waarom dit op dat moment gebeurt.
  • Hoe laat gaat de zon op deze dag onder?
  • Belicht deze tuinder met lampen? Op welke manier kun je dat constateren?

 

De ontwikkeling van lampen gaat razend snel. Voor zowel huishoudelijk gebruik maar ook in de glastuinbouw is er een enorme ontwikkeling. Lees eerst de volgende artikelen over de verschillende lampen en hun ontwikkeling.

 

Je begrijpt dat er van alles te doen is met lampen in de glastuinbouw. Belangrijk is daarbij natuurlijk het kosten / baten verhaal. Maar ook kennis is van essentieel belang.

 

Zoek op internet het verschil tussen LED-lampen en SON-T lampen.
Welke lichtkleuren hebben de SON-T lampen vooral?
Welke kleur missen SON-T lampen?
In het artikel 'Eerste proeven met kunstmatig daglicht' worden rozen in de kassen onder SON-T lampen geteeld. De komkommer in de het artikel groeide onder SON-T licht niet. Hoe komt het dat de rozen bij een rozenteler wel goed groeien onder SON-T lampen?

Jij gaat een tuinder, bijvoorbeeld je stagebieder voorlichten. Jij gaat hem adviseren welke lampen hij het beste boven zijn planten kan hangen. Je houdt met de volgende zaken rekening:

 
  • Welk gewas
  • Type lamp
  • Kleuren licht of welke combinatie
  • Kleursterktestroomsterkte (watt)
  • Stroomverbruik per uur / etmaal
  • Ophanghoogte / afstand tot het gewas
  • Moet er ondersteuning komen met SON-T? Zo ja, hoeveel, zo nee, waarom niet.
Maak een verslag van hetgeen je aan de tuinder hebt verteld.

 

 

 

 

 

5. Opdracht: Licht in de kas

 

De Venlo-kas is wereldwijd het meest gebouwde kastype. Deze is van glas, met een skelet van verzinkt staal en aluminium. Dat geldt ook voor de breedkapper. De keuze voor een van deze beide types wordt vooral bepaald door het te telen gewas. Merkwaardigerwijs geldt dat hoe lager het gewas is, hoe hoger de kas. Alleen dan is een goed binnenklimaat te handhaven. Daarom zijn de Venlo-kassen vooral in gebruik bij telers van groenten (tomaten, paprika en komkommer) en snijbloemen. Kwekers van potplanten en uitgangsmateriaal kiezen doorgaans voor een breedkapper. Rozentelers hebben ook een voorkeur voor breedkappers.

 

Bekijk het dossier over kassenbouw op de website van AgriHolland.

 

De laatste jaren zijn de nieuw gebouwde kassen steeds hoger geworden. Wat is hiervan een groot nadeel met betrekking tot licht?
Bouwers van kassen werken met steeds groter wordende dekruiten. Noem de voordelen en nadelen van grotere ruiten.

 

Lees het artikel 'Doorlatendheid nieuwe kasdekken gunstig'. Let op, het is een PDF die je moet downloaden.

 

Welke soorten materialen zijn in het artikel getest?
Welk type kasdek gaf de hoogste doorlaatbaarheid van direct PAR-licht? En welk type kasdek gaf de laagste doorlaatbaarheid?
Volgens het artikel heeft een kasdek dat geen UV-straling doorlaat een groot voordeel ten opzchte van andere kasdekken. Wat is dat grote voordeel?
Voor welk type planten zijn kasdekken die geen UV-straling doorlaten het meest geschikt?

 

 

 

 

6. Opdracht: Komt er alleen maar licht door de ruiten?

 

Bekijk de pagina over licht op de website Kas Als Energiebron. Licht is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van het gewas. Door efficiënter om te gaan met licht wordt er efficiënter gebruik gemaakt van fossiele energie. Hierdoor kun je met behulp van licht energie sparen.

 

Op welke twee manieren kun je met behulp van licht energie sparen?

 

Maak na het bekijken van de website de volgende puzzel over soorten kassen. Klik op de afbeelding om de puzzel te openen.

 

Neem de goede antwoorden van de puzzel over op je Antwoordvel.
Zoals je hebt kunnen lezen kun je meer rendement halen uit het natuurlijke licht van de zon. Bij standaard kassen kun je het zonlicht dat bij helder weer in de kas valt diffuus maken. Op welke 3 manieren kan dat?
De Daglichtkas en de Elkas zijn beide geschikt voor een bepaald soort planten. Welke soorten zijn dat?
Je hebt nu gezien dat men met behulp van nieuwe technieken in de kassenbouw meer rendement kan halen uit licht. Maak een kort verslag waarin staat:
 
  • Welke soorten kassen meer rendement halen uit licht en het gebruik van speciale ruiten.
  • Op welke manieren licht kan worden toegepast in een kas waarbij energie wordt bespaard.
  • Welke soort kas heeft jouw voorkeur?

 

 

 

 

7. Opdracht: Het hele jaar bloemen

 

In Nederland gaat de zon iedere dag op een andere tijd op en onder. 's Zomers zijn de dagen lang en ’s winters zijn de dagen kort. Je weet dat licht erg belangrijk is voor de plantengroei. Vooral de hoeveelheid licht. Hoe langer de dag is hoe langer de planten door kunnen groeien. In de winter belichten we de planten om ze langer door te laten groeien. Maar is dat wel altijd goed?

 

Zoek het antwoord op de volgende vragen op.

 

Planten hebben een vegetatieve en een generatieve groeifase. Wat is het verschil tussen deze twee fases?
Er zijn kortedagplanten en langedagplanten. Wat is het verschil tussen deze twee soorten planten? Noem van beide soorten planten 3 voorbeelden.

 

Het kan heel goed zijn dat de planten op je stagebedrijf altijd bloeien en groeien. Een dergelijk plant noemen we een dag neutrale plant ook wel een indifferente plant. Ook kan een plant een kwalitatieve lange of -korte dag plant zijn. Hij bloeit dan wel maar niet met zoveel bloemen als wanneer de dag korter of langer wordt.

 

Een consument wil het hele jaar door chrysanten, alstroemeria's, kalangoe en andere aan de daglengte gebonden bloemen en planten kopen. Tuinders weten dat heel goed en grijpen in om de natuurlijke daglengte te beïnvloeden. Omdat er in kassen geteeld wordt kan hij met alle groeifactoren 'spelen'. Zo ook met licht. Hij kan niet alleen de lichtsterkte beïnvloeden maar ook de daglengte.
Ook nu zal de tuinder veel van het gewas moeten weten. Waar komt het vandaan? Wanneer bloeit het wel en niet. Gelukkig is er ook veel onderzoek gedaan en is er over de meeste planten erg veel bekend.

 

Lees de volgende artikelen en maak daarna onderstaande opdrachten:

 

Op welke manier wordt de dag verlengd (lange dag) bij kweker Grootscholten?
In welke periode van het jaar gebeurt dat?
Hoeveel licht wordt hier gegeven?
Op welke manier kan de daglengte verkort worden?
In welke periode van het jaar wordt er verduisterd?
Hoeveel uur heeft de plant (gerbera) nodig om optimaal te bloeien?
Leg uit waarom we een gerbera een kwalitatieve korte dag plant noemen.

 

Bekijk de site zonsopgang.
De artikelen die je gelezen hebt over de chrysant en de gerbera gaan allebei daglengte gevoelige planten.

 

Op welke datum gaan beide planten de korte en de lange dag in?

 

In het verleden werd de dag verlengd met gewone gloeilampen. Boven het gewas hingen 100W lampen. Dat kost natuurlijk veel stroom. De lampen branden tijdens de korte dag om deze voor de planten lang te maken. Per half uur brandden ze maar 7 tot 10 minuten. Voordat de planten in de gaten hadden dat de dag weer kort werd gingen de lampen weer branden. Ze werden dus in de maling genomen door deze cyclische belichting.

 

Tegenwoordig zijn er betere lampen, veel tuinders zetten assimilatielampen in. Die kun je echter niet altijd volop benutten tijdens de korte dag. Door onderzoek en de daardoor vrijkomende kennis ontstaan er ook andere technieken.

 

Lees het volgende artikel: Bloei-inductie bij Chrysant onder lange dag.


In het verleden sprak men van het groei en bloeihormoon dat vrij kwam tijdens de lange (korte dag plant) of korte nachten (lange dag plant). Uit onderzoek blijkt dat toch even anders te zijn.

 

Door welk deeltje in de (planten)cel wordt uiteindelijk bepaald of de plant gaat groeien of bloeien?
Lees het stukje over de aan/uit schakelaar nog eens goed door. Leg in eigen woorden uit wanneer de planten in de proef vegetatief gaan groeien en wanneer ze generatief gaan groeien.
Let op de verschillende stofjes die actief worden en op de lichtkleuren.
 
  • Welke lampen werden er voor deze proef gebruikt?
  • Kunnen deze resultaten ook me bijvoorbeeld SON-T lampen of andere hogedruklampen worden bereikt? Verklaar je antwoord.
  • Welk grote voordeel heeft de manier van belichten voor de teelt van chrysanten volgens de onderzoekers?

 

8. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg van biologie en fysiologie in de glastuinbouwsector? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

 

 

 

 

9. Opdracht: Wat heb je geleerd?

 

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................